Rudi Polder en het verlichte impressionisme. Al jaren lang ontdekt hij elke dag de zee weer opnieuw. Gezeten aan een baai van de Middellandse Zee schildert Rudi Polder de eeuwig wisselende stemmingen van het licht over het water. Het onderscheid tussen innerlijk en uiterlijk landschap is daarbij voor hem verdwenen. De zee, dat licht, dat is hij zelf. Elke dag rijdt hij in een grote Mercedes bus van acht meter lang naar de zee om te gaan schilderen. Dag na dag herhaalt hij de tien kilometer lange autorit van zijn woonplaats naar de zee, en telkens ontdekt hij de zee opnieuw. Het resultaat is een ongelooflijke productie aan schilderijen met alle mogelijke variaties in kleur en kleurverdeling, waarop soms een enkele scheidslijn de enige 'figuur' is. Zijn doeken 'landschappen ? - zijn leeg, de ruimte zelf. Hij schildert een werkstuk in één keer, a la prima, en wanneer je ze één voor één aan je oog ziet voorbijgaan, ontstaat een serie met honderden luchten en zeeën die de stemmingen van zichzelf en van hun schepper weerspiegelen. Rudi Polder woont met zijn vrouw Wally sinds vijftien jaar in het zuiden van Frankrijk, in Roquefort-les-Corbières, Languedoc, midden tussen de wijngaarden. Daar bouwde hij met eigen handen uit een voor een habbekrats gekochte ruïne een schitterend huis met atelier en expositieruimte. Vruchtenbomen, zoals abrikozen-, perziken- en amandelbomen omringen het gehele complex en de indertijd geplante cipressen reiken nu tot vijf meter hoog. Hij vertelt me dat zijn huidige schilderijen moeilijk te verkopen zijn. Dit in tegenstelling tot Polders vroegere werk, waar hij altijd veel succes mee oogstte, vooral in Zweden. Maar, hij gaat stug door met zijn innerlijke landschappen, met de leegte, de ruimte, de kleuren, het licht: 'Dat moment, die stemming wil ik in één keer vasthouden.' Zijn werken worden steeds eenvoudiger, steeds 'zuiverder', en je vraagt je af of er straks nog wel iets op het doek overblijft om te beschouwen? 'De mensen denken misschien wel: ze stellen niets voor, maar ik denk dat men de innerlijke waarde ervan dan niet aanvoelt. Ze zijn ruimte en licht, twee spirituele symbolen. Kinderen die mijn werk zien reageren meestal heel spontaan. Eén riep onlangs uit: Kijk eens, dat is de lente. En een ander: Dat is de oneindigheid. Licht is het leven zelf. Er bestaat niets zonder licht en als er geen licht is, is er ook geen kleur. Kleur is tot leven gekomen licht. ' Rudi Polder werd in 1926 in Scheveningen geboren, als zoon van de schilder Gerrit Polder, die wel 'de laatste Nederlandse impressionist' wordt genoemd. Gerrit Polder was van beroep kapper, maar schilderde in zijn vrije tijd. Mijn ouders lazen in 1930 al de boeken van Krishnamurti. Ik heb dus geen ballast meegekregen van christelijke bangmakerij, van een wraakzuchtige god.' De jonge Polder begon al vroeg te tekenen, en met het schrijven van gedichten, mede onder invloed van zijn buurman, de dichter Martinus Nijhoff, die hem les gaf in sonnetvorming. Polder typeert zichzelf dan ook altijd als dichter / schilder. Die combinatie droeg ertoe bij dat hij in 1946 'geestelijk ongeschikt' werd verklaard voor militaire dienst. Daar had Polder het wel op aangestuurd in een serie brieven aan de afdeling Militaire Zaken van Den Haag, waarin hij de reden van zijn dienstweigeren uiteenzette: 'Ik kan mij herinneren hoe ik als zeer kleine jongen reeds gesprekken met mijn vader had en hoe hij me wees op de waarheid van het leven en hoe die te volgen door eenvoudig en eerlijk te handelen. En reeds op mijn zevende jaar begon ik gedichten te schrijven, waarmee ik tot op heden ben doorgegaan en die willen zijn een levensroep tot mijn medemensen om óók die waarheid te gaan volgen en gelukkig te zijn.' Toen de oorlog voorbij was, ging Polder op reis, naar België, Frankrijk, Italië, Spanje. Onderweg tekende hij portretten om in zijn levensonderhoud te voorzien en als hij zonder tekenpapier zat, vroeg hij papier aan de slager: 'Op die manier heb ik zes jaar lang geleefd, zwervend met mijn rugzak en almaar tekenend. Ik ben tot in Lapland gekomen.' In 1953 vestigde Polder zich in Marseille waar hij in het huwelijk trad met een Française: 'Ik heb daar veel meegemaakt en daar de ellende van de maatschappij leren kennen. Er heerste in Marseille een onvoorstelbare armoe. Ik kwam er in contact met de onderwereld, de prostitutie, de alcoholisten die in kartonnen dozen sliepen met een krant over zich heen. Ik heb daar de verschrikkingen van het leven gezien en ervaren hoe mensen elkaar behandelen en hoe ze hun dagelijks brood probeerden te bemachtigen. Hoe vreselijk was dat.' In 1957 liet Polder zich van zijn vrouw scheiden: 'Ik stond met één deken op straat. Ik heb mijn werk verkocht voor 1500 francs en met dat geld ben ik weggegaan naar Nederland om weer opnieuw te beginnen. De ontmoeting met Wally, Polders huidige vrouw, werd een keerpunt in zijn leven. Hij begon weer te schilderen en met haar een nieuw bestaan op te bouwen, wederom in Frankrijk, maar nu in Roquefort-les-Corbières, in de Languedoc: 'Ik kon niet meer buiten de Franse kust.' Polder heeft ook nog een atelier gehad aan de Nederlandse kust, aan de Wassenaarse Slag, waar hij regelmatig zijn vroegere leraar, Paul Citroen, ontmoette met wie hij hele gesprekken voerde. Het werk van Polder is regelmatig geëxposeerd, zowel in binnen- als buitenland. Vooral in Zweden is hij een begrip geworden, waar hij overigens veel lof oogstte met zijn nieuwe werk in de zomer van 1985. Zijn tentoonstellingen gingen soms gepaard met 'happenings'. In 1952 presenteerde hij in Den Haag 'Het Ding', dat hij een mijlpaal in zijn leven noemt: 'De tentoonstelling bestond uit alledaagse voorwerpen, zoals een melkfles, een haring in een vogelkooi, een matras, gewone dingen uit ons leven. Ik wilde duidelijk maken dat dat het leven is. De expositie werd geopend door een paar blikken ananas te openen, die ik aan de dames heb gepresenteerd, de heren kregen melk of karnemelk. Dat was toen mijn filosofie. Later is die tot 'kunst' gebombardeerd. De popart is uit een dergelijke filosofie voortgekomen, maar toen ik daarmee bezig was, bestond de popart nog niet.'